Historische context

In de 19e eeuw hield een machtige volksverhuizingsbeweging het Europese continent in haar grip.
Veel mensen zagen geen toekomst meer in hun oude vaderland, uit gebrek aan land, gebrek aan voedsel vanwege misoogsten, door werkeloosheid of toenemende vervolging op grond van hun politieke - of geloofsovertuiging.

Uit nood en vertwijfeling gingen boeren, handwerkers, families en soms zelfs hele dorpen met een groot deel van hun inwoners in op het emigratie-avontuur. Vestigingslanden zoals de Verenigde Staten, maar ook Canada, Argentinië, Brazilië en Australië stelden werk, land en rechten in het vooruitzicht – de massale volksverhuizing nam een aanvang.
Tussen 1821 en 1914 verlieten ongeveer 50 miljoen Europeanen hun vaderland, velen via de emigrantenhavens Bremerhaven en Hamburg.
In deze tijd vertrokken zo’n 7 miljoen Duitsers, in de eerste plaats naar de Verenigde Staten, om in de „Nieuwe Wereld“ een beter leven te vinden.



In de periode van 1832 tot 1872 en van 1874 tot 1882 werden door de overheid ongeveer 17.200 emigranten uit Emsland en de graafschap Bentheim geregistreerd.
Wordt daarbij rekening gehouden met het jaar 1873 – waarvan geen gegevens bewaard zijn gebleven - en het eind van de tachtiger jaren in de negentiende eeuw, evenals met een percentage niet door de overheid geregistreerden van zo’n 10 tot 20 %, dan moet het aantal mensen dat alleen al uit de regio Emsland en het graafschap Bentheim wegtrok ruim 20.000 mensen hebben bedragen!

De aantrekkelijkste vestigingsplaatsen in de Verenigde Staten waren bij deze emigratie:


Graafschap (Michigan)
Holland (Michigan)
St. Louis
Indianapolis
Cincinnati
Louisville
Meppen (Illinois)
[...]